Crëme brulée

In de film Amélie beschrijft de hoofdpersoon dat éen van haar geheime geneugten het kapottikken van het suikerlaagje op de crëme brulée is. En ik moet zeggen dat dat elke keer weer het gevoel oproept dat ik vroeger had als ik een nieuwe pot pindakaas als eerste mocht gebruiken. Of dat ik krijg als het heeft gesneeuwd en ik mijn voeten in een maagdelijk stuk sneeuw zet.

Ingrediënten

Bereidingswijze

Zet de melk met de slagroom in een pan. Snijd het vanille stokje open en schraap het merg in de pan, doe ook het stokje in de pan en de citroenschil. Als je nog tijd hebt laat je ‘t een uur zo staan. Verwarm de pan met room zachtjes. Klop de dooiers met de suiker schuimig. Voeg de bloem en maizena toe. Als de room kookt haal je het vanillestokje en de citroenschil eruit. Voeg de warme room langzaam aan het dooiermengsel toe (goed roeren!). Als alles goed gemengd is giet je het weer terug in de pan en verwarm je het héel zacht totdat je een dikke crëme hebt gekregen. Giet de crëme in de bakjes en laat afkoelen. Zet ze dan in de koelkast. Het gaat hier immers om het contrast tussen het hete suikerlaagje en de koude crëme. Als je klaar bent voor het toetje haal je de bakjes uit de koelkast. Strooi er een laagje basterdsuiker op, verdeel het met je vingers tot er overal suiker zit. Wij vinden witte basterd het lekkerst, ik ken ook mensen die juist de zwaardere smaak van bruine basterdsuiker geweldig vinden. Zelf kiezen dus. Nu komt éen van de weinig werkjes die Peter erg leuk vindt in de keuken: het branden. Ik heb zo’n klieine keukenbrander en ik kan het je aanraden er éen te kopen. We hebben ‘t eerst geprobeerd met verfafbranders en dergelijke, maar dat was niet zo’n groot succes… Brand de suiker tot er bruine blekjes opkomen en de suiker overal gesmolten is. Als de suiker iets afkoelt wordt ’ie hard en krijg je dat mooie laagje om doorheel te tikken.