Pocheren

Pocheren komt van het middeleeuwse Franse woord voor de

poche

(‘zak’) van zachtjes gekookt eiwit rond de dooier. Je kunt vrijwel alles pocheren maar het is vooral geschikt voor vis, eieren en gevogelte. Pocheren is het garen van levensmiddelen in net-niet kokend vocht (70-75°). Het voorkomt dat het uitdroogt. Je kunt op verschillende manieren pocheren:

De hoeveelheid vocht hangt af van hetgeen je wilt pocheren. Dunne/ kleine porties pocheer je in weinig vocht. Dikke / grote porties pocheer je in veel vocht.

Gepocheerde eieren

Uit de oven: zet een schaal met pruttelend water en de eieren op een rooster in het midden van de oven om te voorkomen dat de boven of onderkant te gaar word. In vloeistof: laat de eieren rauw in een pan met pruttelend water (of room, melk, wijn, bouillon, soep, saus of boter) glijden. Ze zijn in 3-5 minuten gaar. Het wit moet gesteven zijn, maar de dooier niet.

Gepocheerde vis

De vloeistof kan heel heet zijn voor dunne stukken vis. Dit is dan in een paar tellen klaar. Leg matig dikke moten en filets in de vloeistof net iets onder het kookpunt. Haal dan de pan van het vuuur en voeg koele vloeistof toe om de temperatuur te doen dalen tot 65-70 graden. Laat het vervolgens rustig gaar worden. Als je het laat afkoelen in de vloeistof wordt de vis sappiger. Omdat vis snel klaar is, is er weinig tijd om smaken uit te wisselen. Je kunt daarom het beste of neutrale vloeistof gebruiken (bijvoorbeeld water met wat zout) die je later weg kunt gooien. Of iets wat van tevoren wordt voorbereid om zijn smaak te ontwikkelen zoals licht aftreksel van groente en kruiden of een vollere bouillon van vis en groente.