Draadjesvlees van vroeger
Draadjesvlees dat zo zacht is dat het uit elkaar valt als je ernaar kijkt. De lapjes blijven in de pan liggen en worden de dag erna weer opgewarmd en zijn dan nog lekkerder. ’t Mag vast niet van de keuringsdienst van waren, maar vroeger werd ’t vlees gewoon buiten de koelkast bewaard en elke dag opgewarmd tot ’t op was. Je kunt het vlees in de oven garen om een constante temperatuur te waarborgen (zie Indisch draadjesvlees) of ’t op een sudderplaatje op het fornuis zetten.
Ingrediënten
- 500 gram runderlappen
- zout en peper
- 100 gram boter of braadvet
- 1 laurierblad
- paar takjes gedroogde tijm
- 1 gedroogd rood pepertje
- scheutje wijnazijn
- plak ontbijtkoek in stukjes
Bereidingswijze
Droog het vlees en wrijf het in met zout en peper. Braad het vlees in de boter bruin. Als je meer vlees maakt, braad ’t dan in porties zodat het echt bruin kan worden. Voeg de rest van de ingrediënten toe en zoveel water dat het vlees net onder staat. Laat 3 uur heel zachtjes pruttelen. Zeef de jus en kook eventueel iets in.